Fred's Corner

Zondag 3 april 2011

LEED

Nederlagen, lieve meedenkertjes, horen bij het leven en natuurlijk zeker bij sport.

Hoewel ik, net als velen van jullie misschien, slecht tegen mijn verlies kan, realiseer ik me dat het incasseren van dat verlies en het overwinnen van tegenslagen vormend kan werken. Hoekige karakters kan afronden. Er zijn zelfs optimisten, die beweren dat je uit alle soorten ellende beter en sterker te voorschijn komt, zolang je er onderweg intussen maar niet aan dood bent gegaan.

Maar ook incasseringsvermogen kent zijn grenzen. Iedere gifbeker heeft een bovenrand. Maar daar overheen loopt dan soms toch nog die ene beruchte laatste druppel.

Is deze quasi-psychologische intro jullie nuchtere Noord-Hollanders veel te vaag? Dan geef ik een paar voorbeelden om het geheel wat duidelijker te maken.

Toen ik eind dertig was, speelde de paardensport een tijd lang geen rol in mijn leven.

In plaats daarvan squashte ik om iets aan mijn conditie te doen. Als recreant, maar uiteindelijk ook in competitieverband. Weliswaar in een duistere en obscure onderklasse van de squashbond, maar toch. Ik woonde en speelde toen in Castricum en ondanks een latere verhuizing naar Amsterdam, keerde ik elke zaterdag terug bij mijn oude cluppie voor een partijtje met een vaste trainingsmaat. Een medisch specialist, een charmante man.

Het was een onaangename verassing toen hij op enig moment onze vaste afspraak vergeten bleek. Later werd mij duidelijk dat vele van zijn vrouwelijk patiënten oog hadden voor zijn charmes en dat leidde soms tot onregelmatige praktijkuren. Zo ook op deze zaterdag. Hij ging bovendien zo op in zijn alternatieve patiëntenzorg, dat hij er niet aan had gedacht mij tijdig te informeren. Ik deed nog een poging om hem te bellen, maar mannen kunnen nu eenmaal maar een ding tegelijk, dus hij nam niet op.

Net toen ik wat doelloos mijn boeltje bij elkaar wilde pakken, werd ik aangesproken door een jeugdspeelstertje. Een meisje van 14, klein voor haar leeftijd. Omdat ook haar tegenstander niet was komen opdagen stelde zij voor om dan samen maar een balletje te slaan. Hoewel ik nog bedacht dat zij weinig tegenstand kon bieden, ging ik uit beleefdheid op haar voorstel in. Ik kende haar wel, maar had haar al enige tijd bij de club gemist en uit het oog verloren.

Wat mij wel opviel was het grote aantal rackets in haar enorme sporttas en de vele sponsoruitingen (ook toen al ) op haar kleding en uitrusting.

Op de baan bleek al snel dat zij inmiddels deel uitmaakte van de nationale jeugdselectie en onverslaanbaar was in haar leeftijdscategorie. Amechtig holde ik achter al haar toverballen aan, maar kon niet veel meer doen dan het balletje voor haar oprapen na weer een verloren punt.

Na drie kwartier strompelde ik uitgeput en vernederd van de baan, terwijl ik me afvroeg of een bezoekje aan de dichtstbijzijnde intensive care mogelijk nog levensverlengend zou kunnen werken. Ik trachtte in stilte mijn geknakte ego enigszins te spalken met dooddoeners als 'de aanstormende jeugd' of 'het stokje overgeven'. Daaraan klampte ik mij met moeite vast.

Totdat... Totdat deze afgetrainde tiener, zonder een spoortje transpiratie, bescheiden op mij afstapte, me vriendelijk een hand gaf en zei : "Dank u wel, meneer, voor de prettige wedstrijd". Het was nooit een wedstrijd geweest en zou dat ook nooit meer worden. Het echte leed zit in die laatste druppel.

Een vergelijkbaar voorval beleefde ik tijdens die weinig comfortabele busreis vanuit Barcelona, waarover ik in mijn vorig stukje verslag deed. Vlak na het vertrek waren wij nog bezig onze draai te vinden op de plankharde krappe stoelen. We zaten zo klem dat het ontbreken van de veiligheidsgordels er niets toe deed. Zelfs bij een frontale botsing met 70 km per uur( harder ging ons bejaarde vehikel toch al niet) zou ik niet van mijn plaats komen. Hooguit zou ik net boven de broekriem afscheuren en zou mijn bovenlijf te pletter slaan tegen het emaillen bordje "Gelieve niet te rooken en te spuwen", nog in oude spelling, naast de chauffeur.

We stopten voor een verkeerslicht en naast ons schoof een Duitse touringcar, type luchtgeveerd wegkasteel, modeljaar 2020. Achter futuristisch vormgegeven zonwerend glas lagen onze oosterburen ontspannen in hun ongetwijfeld zacht vibrerende relaxfauteuils. Zij keken geboeid naar het grootbeeld kleurenscherm in de stoel voor zich, waarop de laatste versie van "Meisjes in Tirol" werd getoond . In 3D.

Op het hoofd een stereo hoofdtelefoon voor natuurgetrouw surround sound. Van die meisjes. Uit Tirol.

Door het gangpad duwde een hostess een trolley met gekoelde drankjes. Want je krijgt dorst. Van die meisjes.

Tussen mijn voeten stond een lauw flesje water gekneld, dat ik had getapt aan het wastafeltje van het smoezelige toilet in de dubieuze bar waar wij voor vertrek nog een kopje koffie hadden gedronken. Bovendien kon ik er onmogelijk bij.

Ik had mijzelf niettemin net overtuigd, dat we ondanks dit oneerlijk vergelijk toch dankbaar mochten zijn dat we na alle as-wolk ellende in ieder geval naar huis gingen en ik had me getroost met de gedachte dat we niet dakloos door de straten van Barcelona hoefden te zwerven, zeulend met onze koffers.

Totdat... Totdat het verkeerslicht op groen ging.

De Duitse wegreus zoefde stil van ons weg terwijl wij hortend op gang kwamen. Ik kon nog net een blik werpen op de zijkant. Daar stond in wervende letters de tekst: Onze slaapstoelen hebben 1 meter beenruimte. Daaronder een schaalverdeling met een gifgroene maatpijl die aangaf hoeveeeeeeel 1 meter beenruimte precies is. Wij moesten nog 20 uur.

Het echte leed zit in die laatste druppel.

Aan dit alles moest ik denken toen ik een mapje met oude dressuurprotocollen terugvond. Bovenop een exemplaar van mij met Ko, Texel 2002. Tien maanden eerder hadden we Ko gekocht van Marloes, de drijvend kracht achter de Texelweekeinden. Zij heeft haar stal op een steenworp afstand, recht tegenover het wedstrijdterrein.

Ons optreden in de B verliep rampzalig. Het was ons eerste proefje buiten en Ko was volledig afgeleid door de tijdelijke terugkeer in haar oude leefomgeving. Wij vlogen langs de letters en werkten de oefeningen in willekeurige volgorde af. Ons protocol gaf een nauwgezet verslag van deze chaos. De hokjes te rechterzijde waren te klein voor alle bemerkingen.

Toch probeerde ik ze in eerste instantie leergierig in mij op te nemen. Maar ik moet eerlijk bekennen dat ik bij onderdeel 15 ben afgehaakt. Ik troostte me met de gedachte dat ik de oorzaak meende te kennen en putte moed uit het vaste voornemen het de volgend keer beter te doen.

Totdat... Totdat mijn oog viel op het afsluitend onderdeel "Halt houden en Groeten".

Ik had Ko met veel moeite ergens in de nabijheid van X, dwars op de rijrichting tot staan gebracht. Vervolgens sleurde ze de teugels uit mijn hand, stak haar hoofd in de wind en begroette luid hinnikend haar vroegere vriendjes en vriendinnetjes in het belendende weiland. Met haar voorbenen groef ze een gat, waar de deelnemers in die ring ook nu nog altijd last van hebben. Egaliseren is sindsdien nooit meer echt gelukt.

De aantekening van het jurylid van dienst luidde: "Paard iets tegen de hand en niet geheel vierkant." Dit understatement van het jaar, deze formele beleefde samenvatting van mijn hippiese hulpeloosheid werd mij plots teveel.

Het echte leed zit in die laatste druppel

Op 17 april as ga ik, als we beiden fit zijn, proberen me met Vip te revancheren. Misschien wel in die geruïneerde ring 13. Ik draai wel lange kalkoenen in.

Jullie gaan toch wel mee om ons aan te moedigen?

Fred

 

 

 

 

 

Copyright © 2009 RV Heerhugowaard