Fred's Corner

Woensdag 9 juli 2008

ROOTS & HENGEL

Te lang was het stil, lieve cornervlaggetjes, in dit hoekje van onze site.

Jullie terreinknecht zat in een onvervalste winterdip. Ik had nog zo geprobeerd om dat te voorkomen. Had iets gelezen over lichttherapie. Als je depri wordt van donkere wintermaanden zetten ze je onder medische begeleiding regelmatig voor een grote lichtbak in het dichts bij zijnde hospitaal

Maar voor mijn ziektekostenverzekeraar was dat allemaal iets te alternatief.

Dus verzon ik mijn eigen budgetvriendelijke oplossing. Via marktplaats kocht ik van een stroper in ruste de lichtbak waarmee hij zijn potentiële slachtoffertjes tijdens zijn actieve jaren verblindde.

In de ontspannen wetenschap dat er op mij niet geschoten zou worden staarde ik allengs opgewekter als een konijn in de felle lampen.

Totdat...Totdat ik van mijn bed werd gelicht door een inspecteur van Nuon, gevolgd door een half peloton ME. Mijn stroomverbruik gaf aanleiding om te veronderstellen dat de gehele kruipruimte onder onze doorzonwoning met wietplantjes was gevuld. Op slag was ik weer van slag. Ik werd er stil van, zoals jullie hebben gemerkt.

Alle reden dus om nu weer even hippisch bij te praten

Heel, heel lang geleden, zo ongeveer halverwege de vorige eeuw, maakte ik als jochie van 10 op een bijzondere wijze voor het eerst kennis met de ruitersport.

Mijn moeder was op rijpere leeftijd - vergeleken althans met die anorexia-tieners van tegenwoordig - aan een loopbaan als mannequin en fotomodel begonnen. Zo liep zij in opdracht van een gerenommeerd Rotterdams bonthuis, gehuld in prijzige pelsjes, modeshows tijdens het CHIO in het Kralingse Bos. De opdrachtgever verwachtte daar de doelgroep van dames van stand te treffen, die het zich konden permitteren om modieus in de huid van een ander te kruipen.

Omdat buitenschoolse opvang in die tijd een onbekend begrip was en voorkomen diende te worden dat ik tot de eerste hangjongere uit de geschiedenis zou verworden, mocht ik mee met mijn werkende moeder.

Ik was er al snel niet meer weg te slaan.

Geboeid keek ik naar de springhelden van toen: Winkler,Thiedemann, Pessoa sr, Ebben en ook de fransman Pierre J'onquere d'Oriola op het paard Eclair au Chocolat. Tegen de tijd dat de speaker deze twee had aangekondigd, hadden zij vaak hun parcours al afgelegd.

Thuis zeurde ik net zolang tot ik ook "op paardrijden" mocht en in de jaren die volgden ben ik altijd trouw bezoeker van het CHIO gebleven, tot op de dag van vandaag. Een soort jaarlijkse bedevaart richting mijn roots in Rotterdam.

Ik tref daar telkens de harde kern van de jeugd- ruiterclub waar ik ooit lid van was en die - ook toen al - voornamelijk bestond uit meisjes. Meisjes dus van inmiddels zo rond de zestig, met hun aanhang. Elk jaar weer een hartelijk weerzien.

Tijdens aflevering 2007 van dit grote internationale concours vond ik in de hal van het manegegebouw, dat nog altijd de kern vormt van alle activiteiten gedurende de vijf wedstrijddagen, een affiche voor een lokale springwedstrijd eind september. Te houden op hetzelfde prachtige terrein waar in juni alle internationals schitteren.

Toen ik mij onvoorzichtig liet ontvallen dat me het leuk leek om in die entourage met Ko nog eens mee te doen, - 40 jaar daarvoor mocht ik er ooit met een geleend paard al een studentenkampioenschap rijden -was er al snel geen weg meer terug. De hele vriendenclub begon zich ermee te bemoeien om ons aan de start te krijgen. Alle praktische bezwaren, die er bij nader inzien toch wel kleefden aan mijn overmoedig plan, werden weggewuifd.

Na een gammele late start van het buitenseizoen, veroorzaakt door de droesperikelen, leek onze stijgende prestatiecurve tijdens de zomermaanden zowaar alsnog richting een Rotterdams B-parcoursje te wijzen. Helaas stortte een verkeerd geplande vakantie ons in een diepe vormcrisis waaruit we sindsdien ook niet meer zijn ontwaakt.

Om mij niet helemaal te laten kennen besloot ik dan maar zonder paard af te reizen.

Het resultaat was een ouderwets gezellige dag op het wedstrijdterrein met het bijpassende drinkgelag.

Onze kring werd steeds groter met allerlei min of meer bekenden, die jolig aanschoven.

Eén daarvan, die het duidelijk zeer naar zijn zin had en de indruk wekte dat hij in zijn leven zelf al menig excuus voor een iets te laat avondje had moeten verzinnen, keek mij met een mengeling van bewondering en achterdocht aan. "Zitten we hier nou echt omdat jij vandaag n i e t hebt meegedaan?"

Toen ik dat min of meer bevestigde dacht hij daar kort over na om toen samenzweerderig te vragen :

"Zeg eens eerlijk, heb jij eigenlijk wel een paard ??"

Uitspraken van kinderen met hun ontwapenende logica zijn vaak een bron van vermaak. Menig TV programma maakt daar dankbaar gebruik van.

Ook mijn eigen kleindochter confronteert opa zo nu en dan onverwachts met haar rechtlijnige kijk, ook op hippische zaken.

Tijdens haar logeerpartijtjes bij ons vormt een bezoek aan stal, het zg "Ko kijken", een van de hoogtepunten. Zij wenst dan nadrukkelijk een bijdrage te leveren aan de verzorging van Ko. Speciaal daarvoor hebben wij een borsteltje aangeschaft dat is afgestemd op het formaat van haar handjes.

Eén van haar bezoekjes was kort na de geboorte van haar jongste broertje, die bij haar thuis in zijn box - omringd door allerhande speeltjes - een prominente plaats in de woonkamer innam.

Toen zij, borsteltje in de aanslag, naar mijn zin iets te voortvarend richting stal beende, remde ik haar af met de mededeling dat ik Ko eerst uit haar box moest halen.

Even peinsde ze voordat haar reactie kwam: "Staat Ko in een box? Heeft ze daar dan ook speelgoed?"

Bij een volgende visite was ik genoodzaakt gelijktijdig mijn kleindochter te entertainen en Ko beweging te geven. Om zelf te gaan rijden en haar onbewaakt in stal achter te laten leek mij geen invulling van mijn verantwoordelijkheden als oppasopa, waarmee ik hoog zou scoren.

Ik koos ervoor om Ko te longeren. Mijn minibezoekster installeerde ik op het trapje naar de kantine, waar ze, als in haar eigen VIP boxje, mijn verrichtingen met longeerlijn en lange zweep aandachtig volgde en waar ik, omgekeerd, ook haar met een half oog kon volgen.

Toen ik even bezig was kwam er van de kant een klein stemmetje waarin - nu al - enige twijfel doorklonk aan grootvaders geestelijke vermogens: "Opa wat doe jij nou met die hengel in dat zand??"

 

 

 

 

 

Copyright © 2009 RV Heerhugowaard